De militaire coalitie onder leiding van de Verenigde Staten

Bij de inval in Irak van 2003 was een brede militaire coalitie betrokken; maar liefst veertig verschillende landen stuurden troepen naar het Midden-Oosterse land. De Verenigde Staten hadden deze zogenaamde coalition of the willing samengesteld nadat duidelijk werd dat de Verenigde Naties geen mandaat zouden afgeven voor een oorlog in Irak. Omdat de Amerikaanse veiligheidsdiensten en politici ervan overtuigd waren dat Irak een gevaar vormde voor de Westerse wereld, besloot men zoveel mogelijk landen te werven voor een militaire operatie. Op deze pagina bespreken we welke landen in de militaire coalitie zaten en wat voor rol zij speelden.

De landen die van 2003 tot 2011 in Irak zaten

De leiders van de invasie in Irak, Amerika en Engeland, zijn de landen die het langst in Irak hebben gezeten; na de inval in maart 2003 bleven er maar liefst acht jaar lang troepen van de twee landen aanwezig. De troepen van de Verenigde Staten opereerden verspreid door heel Irak; in de steden ondersteunden ze het Irakese leger met onder andere surveillance en tactisch advies, terwijl buiten de steden gevochten werd samen met de Irakese troepen. In december 2011 trok Amerika zijn laatste troepen terug uit Irak; er waren toen in totaal 4485 Amerikaanse soldaten gesneuveld in Irak. De Engelse soldaten waren met name gestationeerd in zuid-Irak, waar ze een brede militaire divisie leidden die voornamelijk belast was met patrouilleren en de orde bewaren. De laatste paar jaren voor 2011 werd het aantal Engelse troepen in Irak langzaam afgebouwd, tot in mei 2011 de laatste soldaten vertrokken. De Engelse regering had wel een verzoek gedaan bij de regering van Irak om de militaire missie voort te zetten, maar dit verzoek werd afgewezen. Engeland heeft in totaal 179 soldaten verloren in Irak.

Landen die vertrokken in 2008 en 2009

Een groot aantal landen uit de coalition of the willing vertrok uit Irak in 2008 en 2009. Dit heeft onder andere te maken met het SOFA-verdrag tussen Irak en Amerika, waar in stond dat alle niet-Amerikaanse troepen Irak moesten verlaten vóór 31 juli 2009. Er waren echter ook landen die simpelweg hun taken hadden volbracht, zoals in het geval van Estland, dat zijn missie officieel beëindigde in februari 2009. Grotere spelers in deze groep landen waren Polen, Australië en Roemenië. Polen was vanaf het begin van de invasie in 2003 betrokken bij de Irakoorlog en had de leiding over een multinationale divisie die de orde moest bewaken in centraal- en zuid-Irak. De militairen uit Australië waren gestationeerd in zuid-Irak bij de troepen uit Engeland. Hun taak bestond voornamelijk uit het trainen van lokale Irakese gevechtstroepen. Roemenië tenslotte opereerde in drie verschillende zones van het land, het zuidoosten, het centrum en de regio Bagdad, en had een breed takenpakket; de Roemeense militairen verhoorden gevangenen in de Amerikaanse sectoren, gingen op surveillancemissies, trainden lokale wetshandhavers en beschermden de Engelse bases. Dit zijn de landen die met Amerika en Engeland meevochten in Irak en hun missies beëindigden in 2008 of 2009: Australië, Roemenië, El Salvador, Estland, Letland, Litouwen, Albanië, Armenië, Oekraïne, Polen, Mongolië, Azerbeidjan, Bosnië, Tsjechië, Georgië, Kazachstan, Bulgarije, Zuid-Korea, Macedonië, Moldavië, Singapore en Tonga.

Landen die vertrokken tussen 2005 en 2007

Landen die vertrokken tussen 2005 en 2007 zijn Denemarken, Portugal, Slowakije, Nederland, Italië, Japan en Noorwegen. Nederland vertrok uit Irak in maart 2005. Er waren in totaal 1345 Nederlandse troepen gestationeerd in de zuid-Irakese regio rondom de stad As-Samawah, waaronder mariniers, een militaire politie-unit en diverse commando’s. In eerste instantie zou Nederland korter in Irak blijven, maar op 1 juni 2004 maakte de regering bekend dat de militaire missie werd verlengd tot in 2005. Nederland verloor twee soldaten in Irak. In 2006 vertrokken Japan, Noorwegen en Italië uit Irak. Japan en Noorwegen hadden voornamelijk humanitaire taken, gericht op de reconstructie van Irak, terwijl Italië gevechtstroepen stuurde, die vooral in zuid- en centraal-Irak zaten. De Italiaanse premier Romano Prodi noemde de Irakoorlog in 2005 een “grote fout” die het veiligheidsprobleem in de regio alleen had gecompliceerd en niets had opgelost. Vervolgens werden langzamerhand de Italiaanse troepen teruggetrokken. Denemarken was een grote speler in de militaire coalitie, die vertrok in 2007. De Deense troepen opereerden vooral in zuid-Irak en naast het beschermen van de bases waren zij ook betrokken bij het trainen van de lokale veiligheidsmachten. Zij zouden daarom zo lang blijven als de Iraakse regering hen nodig had. Uiteindelijk sneuvelden zeven Denen in Irak.

Landen die in 2004 vertrokken

Tenslotte zijn er nog negen landen die in 2003 en 2004 hielpen bij de eerste stabiliseringsoperaties en vervolgens hun missies beëindigden, hetzij volgens plan, hetzij vanwege politieke verschuivingen in het thuisland. Dit zijn Spanje, Hongarije, de Dominicaanse Republiek, Honduras, IJsland, de Filippijnen, Thailand, Nicaragua en Nieuw-Zeeland. De Spaanstalige troepen waren vooral belast met het bewaken van de vrede in zuidoost Irak, terwijl IJsland, Thailand en Nieuw-Zeeland voornamelijk technici, medici en humanitaire werkers leverden. Spanje en de Dominicaanse Republiek trokken hun troepen terug omdat er in de tijd van de missie andere politieke partijen aan de macht waren gekomen. Honduras, IJsland, Nieuw-Zeeland en Hongarije vertrokken uit Irak omdat zij uitdrukkelijk alleen waren gekomen om in de eerste fase na de invasie de orde te bewaren. De Filippijnse militairen vertrokken uit Irak nadat een Filippijnse vrachtwagenchauffeur ontvoerd was en de ontvoerders eisten dat de troepen zouden vertrekken.

You may also like...