De rol van Nederland in de Irakoorlog

Het is lang onduidelijk geweest wat nu exact de rol van Nederland in de Irakoorlog van 2003 was. Gedurende de maanden voor de inval was Nederland politiek in crisis, waardoor een expliciet standpunt vóór of tegen de invasie uitbleef. Toen eenmaal politieke steun was toegezegd, staken hardnekkige geruchten over militaire steun de kop op. Er werd echter pas militaire steun gegeven op het moment dat de hevigste gevechten in het oorlogsgebied voorbij waren en de situatie gestabiliseerd moest worden. Desondanks werd de houding van de Nederlandse regering ten opzichte van de Irakoorlog flink bekritiseerd. Op deze pagina zetten we uiteen wat de precieze rol van ons land is geweest in de meest recente Irakoorlog.

De pre-oorlogsfase: zomer 2002 tot maart 2003

In de maanden voor de Brits-Amerikaanse inval in Irak waren de meningen in Europa behoorlijk verdeeld. Frankrijk, Duitsland en België vonden dat er alleen gehandeld kon worden met een mandaat van de VN Veiligheidsraad, terwijl Polen en Spanje meteen te kennen gaven zich achter de Verenigde Staten te scharen. Nederland hield zich voor lange tijd relatief afzijdig omdat het kabinet net was gevallen en binnenlandse zaken belangrijker werden geacht. Het nieuwe kabinet, Balkenende-I, presenteerde zijn standpunt in de zomer van 2002. Na overleg met enkele functionarissen van het ministerie van Buitenlandse Zaken formuleerde de minister, Jaap de Hoop Scheffer, het kabinetsstandpunt: men was ervan overtuigd dat de oorlog onvermijdelijk was en dat Nederland de kant van Amerika moest kiezen, zowel politiek als militair. Ook werd besloten dat er gehandeld moest worden op basis van de bestaande VN-resoluties, die waren geformuleerd in de jaren ’90. Een nieuwe resolutie vond het kabinet niet noodzakelijk; de Amerikaanse informatie over de massavernietigingswapens die de Iraakse president Saddam Hoessein in zijn bezit zou hebben, werd gezien als voldoende onderbouwing voor Nederlandse steun.

Dit standpunt werd in september 2002 door de minister gepresenteerd in de Tweede Kamer en in november van dat jaar vonden de eerste vertrouwelijke overleggen plaats tussen Nederlandse en Amerikaanse diplomaten. Hierbij vroegen de Verenigde Staten expliciet om militaire steun van Nederland en het kabinet reageerde hier niet onwelwillend op, maar dit werd vervolgens niet volledig toegelicht naar het parlement. In de aanloop naar de oorlog probeerde Nederland een uitgebalanceerde positie te houden ten opzichte van het vooruitzicht van een oorlog, maar dit werd teniet gedaan door de levering van verdedigingswapens aan Turkije (het land gaf aan wapens nodig te hebben indien de Irakoorlog naar hen zou overslaan) en het feit dat binnen Buitenlandse Zaken memo’s rondgingen waarin werd gesteld dat Nederland hoe dan ook de invasie in Irak moest steunen, ongeacht wat de VN nog in het debat zou inbrengen. De reden: Nederland kon niet aan de zijlijn blijven staan wanneer Amerika, de belangrijkste bondgenoot, ten strijde trok.

Tijdens de oorlog: 2003 tot 2009

Op het moment dat de invasie daadwerkelijk startte, zat Nederland nog in een lastig parket; de regerende partijen waren het er inmiddels over eens dat een oorlog onvermijdelijk was, maar konden geen consensus bereiken over de legale kaders van die oorlog. Waar sommige partijen de VS desnoods zonder VN-mandaat wilden volgen, waren anderen ervan overtuigd dat een mandaat noodzakelijk was. Daarnaast was het Nederlandse publiek grotendeels tegen deelname aan de oorlog in Irak; volgens onderzoek was 63% van mening dat Nederland er zijn vingers niet aan moest branden. Daarom verklaarde minister-president Jan Peter Balkenende op 17 maart 2003 dat Nederland de invasie politieke steun zou geven, maar geen militaire steun. Met dat statement ontweek de premier de politieke discussie over het VN-mandaat en werd een poging gedaan het Nederlandse volk tevreden te houden. Maar, beweerde Balkenende, het was geen neutraal standpunt; Nederland zou per definitie Bush en Blair verkiezen boven Saddam Hoessein. Er werd slechts gekozen om niet militair deel te nemen aan de invasie, omdat zo’n besluit breed gedragen zou moeten worden door de politiek en het volk, wat nu niet het geval was.

Hoe dan ook, toen de eerste hevige gevechten in Irak voorbij waren, vertrokken er in juli 2003 alsnog Nederlandse militairen naar Irak. Hun taak was om de situatie in de regio Al Muthanna, een relatief rustig gebied, te stabiliseren, dit onder leiding van de Britten. De missie werd in december 2003 verlengd, ondanks groeiende kritiek binnen het parlement, dat wees op verhoogde risico’s en een gebrek aan informatie over de situatie in het land. Vervolgens besloot de regering nog 70 extra mensen naar Irak te sturen om informatie te vergaren. De verlenging van de missie in Irak en het sturen van extra soldaten viel niet goed bij oppositiepartij PvdA en toen in 2004 duidelijk werd dat er geen bewijs was gevonden dat Irak massavernietigingswapens in zijn bezit had, eiste de partij een parlementaire enquête over de gang van zaken rondom ‘Irak’. Dit plan werd verworpen door de regering en de meerderheid van het kabinet. Een jaar later, in mei 2005, werden de Nederlandse troepen teruggetrokken uit Irak.

You may also like...