Het verzet tegen de Irakoorlog

De Brits-Amerikaanse invasie van Irak roept tot de dag van vandaag wereldwijd veel weerstand op. De militaire coalitie heeft van verschillende kanten fikse kritiek gekregen; niet alleen op het starten van de oorlog, maar ook op de uitvoer en planning ervan. Zo hebben tegenstanders van de oorlog gewezen op de vele burgerslachtoffers, de uit de pan rijzende financiële kosten en het feit dat er nauwelijks een plan was om het land weer op de rit te krijgen na de oorlog. Zelfs voorstanders gaven kritiek; de oorlog zou te lang duren en te duur worden. Ook blijft het gebrek aan bewijs voor Irakese massavernietigingswapens een heet hangijzer. In dit blog laten we zien wat de meest gehoorde kritiek op de Irakoorlog is en welke landen zich uitgesproken hebben tegen de oorlog.

Tegenstanders in Amerika

In de Verenigde Staten hebben verschillende anti-oorlogsgroeperingen zich vanaf het begin uitgesproken tegen de Irakoorlog. Velen van hen wezen op het gebrek aan bewijs voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak en ook gaven veel organisaties aan parallellen te zien met de gefaalde Vietnamoorlog van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Amerika zou zich hebben gefocust op zijn militaire kracht en zou daarbij geen rekening hebben gehouden met het feit dat men tegenover een vijand stond die op eigen grondgebied was en dit gebied dan ook veel beter kende. Dit leidde in beide gevallen tot flinke tegenslagen voor het Amerikaanse leger. Ook mondden beide oorlogen uit in een eindeloze burgeroorlog, waarna de Verenigde Staten door een gebrek aan planning totaal geen grip meer had op de situatie en genoodzaakt was zich terug te trekken. Andere veel gehoorde kritieken betreffen de mensenrechtenschendingen door de Amerikaans-Britse bezettingsmacht en de vele Irakese burgerslachtoffers. Daarnaast vinden veel Amerikanen dat de kosten voor de oorlog te hoog zijn opgelopen. De kosten bedragen op dit moment (augustus 2016) naar schatting al ruim 600 miljard dollar, maar de verwachting is dat dit nog verder oploopt.

Kritiek in de UK: de Iraq Inquiry

In Engeland leven al sinds de inval in Irak in 2003 min of meer dezelfde kritiekpunten als in Amerika. Zo bleek uit verschillende enquêtes die werden afgenomen in 2006-2007 dat een meerderheid van het Engelse publiek de oorlog ‘ongerechtvaardigd’ vond en dat men niet achter het regeringsstandpunt stond. Er werd in de beginjaren van de oorlog dan ook flink geprotesteerd door de bevolking. In juli 2016 werd een onderzoek gepubliceerd over het handelen van de Engelse regering, de Iraq Inquiry. Dit onderzoek, dat ongeveer dezelfde opzet had als dat van de Nederlandse Commissie-Davids, leverde zware kritiek op het handelen van de Engelse regering en het leger. Hierbij werd vooral gewezen op de gebrekkige legale onderbouwing voor de inval, de hoge kosten en de vele burgerslachtoffers en mensenrechtenschendingen. Vooral het menselijke aspect werd breed belicht; zo werd geconstateerd dat de huidige wetteloze situatie in Irak een direct gevolg is van de Irakoorlog en vele etnische en religieuze minderheden in gevaar brengt. Een concreet voorbeeld hiervan is de opkomst van de Islamitische Staat (ISIS), dat in verschillende regio’s van Irak de macht heeft gegrepen en een genocide pleegt op de Yazidi’s en op moslims die een andere stroming van de Islam volgen. Een ander groot kritiekpunt was het feit dat de Irakoorlog het wereldwijde terrorisme helemaal niet heeft verminderd of ingeperkt, maar dat er juist meer terroristische aanslagen plaatsvinden; volgens het rapport heeft de oorlog hierin een averechts effect gehad.

De visie vanuit Irak en het Midden-Oosten

Voor de invasie in Irak stond de meerderheid van de Irakezen negatief tegenover de Amerikaans-Britse invasie, maar uit onderzoeken van direct na de oorlog bleek dat de publieke opinie een flinke ommezwaai had gemaakt. Velen vonden het een groot goed dat Saddam Hoessein zou worden verdreven en dachten dat Irak na het vertrek van Hoessein de juiste kant op zou gaan. In 2006 werd een soortgelijke enquête uitgevoerd onder de Irakese bevolking en toen gaf de meerderheid aan dat men niet wilde dat de Amerikaanse troepen zouden vertrekken, omdat dit zou leiden tot chaos. Zo’n 30% van de bevolking wilde wel dat de militairen zich zouden terugtrekken. In de buurlanden van Irak was meer weerstand tegen de Irakoorlog; landen als Saoedi-Arabië, Jordanië, Turkije en Libanon zagen de invasie vooral als het opleggen van westerse ideeën door de Verenigde Staten en Engeland en zagen de militaire coalitie vooral als een post-koloniale bezettingsmacht.

Europese kritiek

Verschillende Europese landen gaven nog vóór het begin van de oorlog in Irak te kennen niet achter de invasie te kunnen staan. Zo waren onder andere Duitsland en Frankrijk tegen de inval, wat tot spanningen met Nederland leidde. Uit onderzoeken bleek dat de meerderheid van het Europese publiek ook zijn vraagtekens zette bij de oorlog. Een enquête die werd uitgevoerd in Engeland, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Italië en Polen liet zien dat in al die landen rond de 50-60% van de bevolking vond dat er alleen een oorlog kon plaatsvinden met steun van de Verenigde Naties. Het op één na populairste standpunt was dat er überhaupt geen oorlog mocht komen. Het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research Center stelde in 2006 door middel van een enquête de vraag of de wereld veiliger was vóór of na de Irakoorlog; een grote meerderheid in Nederland, Spanje, Duitsland, Frankrijk, Rusland en Polen geloofde dat de wereld vóór de oorlog veiliger was.

You may also like...